Wie zijn we

Paul Devooght – samen met zijn broer Robert stichter van Trans-Beton en de vader van huidige zaakvoerders Henriette Werbrouck en Ingrid, Jeanette en Marnix – was als zoon van een vlasboer aanvankelijk ook in de vlassector terechtgekomen.

De verwerking van vlas levert verschillende nevenproducten op. Eén daarvan, ‘vlaslemen’, werd verwerkt tot leemmortel en die vonden in de jaren 1960 hun weg naar de bouwsector als wandbezetting. Omdat daarbij ook beton vereist was, verlegde Paul Devooght zijn activiteiten in die richting toen het belang van vlas afnam en de sector in crisis raakte. Hij opende in 1970 de eerste betoncentrale in Wingene, en was daarmee een pionier.

Cement – een product dat door de Romeinen al gebruikt werd en later lange tijd vergeten leek – was begin jaren 1960 aan een revival begonnen. Daar waar aannemers in eerste instantie zelf op zoek gingen naar de grondstoffen en beton produceerden op de werven, steeg geleidelijk de vraag naar stortklare beton. De grote betoneuzes uit de begindagen maakten plaats voor kippers en mixers.

Start in Wingene...

Paul Devooght startte in Wingene met een betonmixer die drie kubieke meter kon bevatten. Dat betekende vooral veel ritjes, al was de omvang van de werf in die tijd nog van een andere orde. De allereerste mixer is trouwens gerenoveerd en nog steeds aanwezig binnen Trans-Beton, waar hij op beurzen wordt ingezet. Later volgden de mixers van zes kubiek en tegenwoordig is dat volume standaard twaalf kubieke meter stortklare beton.

Stichter en zaakvoerder Paul bleek als ondernemend persoon vooral ook een toekomstgerichte en vooruitstrevende visie te hebben en al snel kwamen de betoncentrales in Lokeren en Roeselare erbij. Later volgde ook prospectie in het Gentse havengebied, een plaats die perfect aansluit bij het watergebonden product waarin Trans-Beton zich specialiseert.

Met vier betoncentrales – geografisch verspreid over Oost- en West-Vlaanderen – bereikt Trans-Beton in geen tijd heel Vlaanderen. Dat vermijdt dat klanten elke keer een lokale leverancier moeten zoeken en omdat de planning van de vier centrales op elkaar afgestemd is, garandeert het altijd een goede, snelle en kwaliteitsvolle service.

Innovatie en permanente vernieuwing

Naarmate beton als bouwproduct belangrijker geworden is, kwamen er nieuwe eisen en specifieke voorwaarden wat kwaliteit betreft. Trans-Beton heeft er altijd een punt van gemaakt mee – en een heel klein beetje voorop – te zijn met de tijdsgeest. Laboranten en betontechnologen werken dagelijks aan permanente verbetering. Beton is bovendien een 100% recycleerbaar product, dat duurzaam is en milieu noch omgeving schade berokkend. Alle centrales van Trans-Beton mogen het BENOR-label voeren, wat inhoudt dat een onafhankelijke instantie constant controles uitvoert. Stabiliteit, veiligheid en duurzaamheid zijn met andere woorden een garantie.

Trans-Beton blijft vooruitkijken. Toekomstgericht en innoverend. Een eigen transportbedrijf – de geelgroene strepen haal je er zo uit – laat nog meer flexibiliteit en onafhankelijkheid toe. Investeren in nieuwe technologie, capaciteiten aanpassen aan de vraag, automatisatie, labowerk, permanente kwaliteitszorg … het zijn stuk voor stuk elementen die bijdragen aan de topproducten die Trans-Beton elke dag opnieuw levert.